De helft van de Nederlandse consumenten maakt zich weleens of regelmatig zorgen over e-nummers in voedingsmiddelen. Dit blijkt uit onderzoek van de Consumentenbond. Fabrikanten komen aan de zorgen tegemoet door het gebruik van de toevoegingen in te perken.

De Consumentenbond vroeg ten behoeve van een achtergrondverhaal over de e-nummers achthonderd consumenten naar hun mening over het onderwerp. Daaruit blijkt dat de grootste groep (51%) zich nooit zorgen maakt over de e-nummers. Een groep van 38 procent van de ondervraagden maakt zich ‘weleens’ zorgen, terwijl 11 procent ‘regelmatig’ bezorgd is over het effect van e-nummers.

Unox-rookworst
Volgens de Consumentenbond komen fabrikanten steeds meer tegemoet aan de klantengroep die zich zorgen maken. Daarbij worden onder meer de aanpassing van het recept van Unox-rookworst en het door zuivelbedrijf Almhof ontwikkelde eigen keurmerk als voorbeelden genoemd. De Consumentenbond stelt wel dat omdat de e-nummers in de EU zo goed gecontroleerd worden er geen reden is ze te wantrouwen.

FWS: Geen direct risico voor gezondheid
E-nummers worden in levensmiddelen gebruikt om het product te verbeteren bijvoorbeeld om de houdbaarheid te verlengen. E-nummers mogen alleen in voedingsmiddelen worden gebruikt als duidelijk is dat ze veilig zijn voor de gezondheid. Daarom wordt van te voren grondig wetenschappelijk onderzoek naar de veiligheid van de stof uitgevoerd. Wetenschappers stellen naar aanleiding van de uitkomst de zogenaamde ADI (Aanvaardbare Dagelijkse Inneming) vast. Dit is de hoeveelheid van een E-nummer die een mens elke dag z’n hele leven lang veilig kan gebruiken. ADI-waarden zijn richtlijnen, geen wettelijk vastgestelde hoeveelheden. Om zeker te zijn dat de grenzen niet worden overschreden, is voor alle veiligheid de ADI veel lager (honderd keer lager) vastgesteld dan de hoeveelheid die voor ons lichaam schadelijk kan zijn. Door de ingebouwde veiligheidsmarge is er geen direct risico voor de gezondheid als de norm een keer wordt overschreden.