Groenten en fruit zijn gezond, dat weet intussen iedereen – vooral dankzij de vele onderzoeken, die dit hebben aangetoond. Vaak wordt in deze  onderzoeken de gemiddelde groenten- en fruitconsumptie van de deelnemers afgezet tegen de frequentie waarmee bepaalde ziekten zich voordoen. Veel opstellers van deze onderzoeken vermoeden, dat secundaire plantenstoffen weleens verantwoordelijk zouden kunnen zijn voor dit inderdaad dikwijls aangetroffen verband. Amerikaanse en Britse wetenschappers hebben nu de resultaten geëvalueerd van drie onderzoeken naar de mogelijke effecten van anthocyanen, een subgroep van de flavonoïden. Zij stelden vast, dat met deze secundaire plantenstoffen het relatieve risico op verhoogde bloeddruk met ca. 8% kon worden verlaagd. 

Voor hun onderzoek maakten de wetenschappers gebruik van drie verschillende studies uit andere onderzoeksgroepen. Ze gebruikten  informatie uit de eerste en tweede Nurses‘ Health Study (NHS), waaraan 121.700 verpleegsters in de leeftijdsgroep 30-55 jaar en 116.430 jongere verpleegsters (25-42 jaar) hadden deelgenomen. De laatste bron van informatie voor hun onderzoek waren de gegevens die de Health Professionals Follow-up opleverde, een onderzoek waaraan 51.529 mannen in de leeftijd tussen 40 en 75 jaar hadden deelgenomen. De informatie die aan deze drie onderzoeken werd ontleend, werd door de wetenschappers aangevuld met de resultaten van eigen na-onderzoek gedurende een periode van 14 jaar. De deelnemers werd gevraagd om elke twee jaar een vragenlijst te beantwoorden, waarin ze eventuele nieuw gediagnosticeerde ziekten konden vermelden en wijzigingen in hun leefpatroon konden doorgeven. Daarnaast moesten ze om de vier jaar aan de hand van een vragenlijst informatie over hun eet- en drinkgewoonten doorgeven. Op basis van deze informatie berekenden de onderzoekers de gemiddelde inname van zes ondergroepen van flavonoïden. Van de deelnemers die aan de criteria voor het vervolgonderzoek voldeden, bleven bijna 160.000 personen ondanks de lange duur van het onderzoek meedoen. Bij ongeveer 35.000 deelnemers werd in die periode voor het eerst in hun leven verhoogde bloeddruk vastgesteld.

Flavonoïden komen onder meer voor in fruit, groenten, graanproducten, kruiden en dranken (thee, wijn en vruchtensappen). Gemiddeld kregen de deelnemers per dag tussen 358 en 413 mg flavonoïden via hun voedsel binnen. In dit onderzoek waren thee, appels, sinaasappelsap en aardbeien de belangrijkste leveranciers van flavonoïden. Van de in totaal zes onderzochte subgroepen van flavonoïden bleek de kwantitatieve inname van  flavonoïden (zgn. polymeren) met 233 tot 283 mg/dag het hoogst en die van flavonen het laagst (1,5 tot 1,9 mg/dag). 

De evaluatie van de onderzoeksresultaten leidde tot de conclusie, dat één bepaalde subgroep van flavonoïden tot een significante afname van het risico van verhoogde bloeddruk kan leiden: de anthocyanen. Diegenen die de hoogste gemiddelde inname van anthocyanen meldden, bleken een significant (ca. 8%) lager risico op verhoogde bloeddruk te lopen dan deelnemers, die nauwelijks of geen levensmiddelen met anthocyanen tot zich namen. Hierbij is vooral interessant om te zien, hoe de factor leeftijd van invloed is op de effectiviteit van de stof. De flavonoïden bleken namelijk het effectiefst te zijn bij personen jonger dan 60 jaar. De onderzoekers vermoeden, dat eventuele schade die bij ouderen in de loop der jaren is ontstaan, zich sterker laat gelden dan wanneer die nog door de potentiële effecten van anthocyanen kan worden beïnvloed.

Bosbessen en aardbeien bleken de belangrijkste bronnen te zijn van de dagelijks ingenomen hoeveelheid anthocyanen (gemiddeld 12,5 tot 15,2 mg). Verdere analyse wees uit, dat bosbessen in dit opzicht effectiever zijn dan aardbeien. Door minstens één portie bosbessen per week te eten, kon het risico van verhoogde bloeddruk al significant (met ca. 10%) worden verlaagd ten opzichte van personen, die geen bosbessen aten. Geen significante afname van dit risico kon echter worden vastgesteld bij mensen die wekelijks een extra portie aardbeien consumeerden.

Onder het motto "hoe eerder, hoe beter" kan men op grond van dit onderzoek maar het beste zo vroeg mogelijk met een gezond, uitgebalanceerd dieet beginnen. Bosbessen, Cranberry's (veenbessen) en aardbeien moeten van zo'n dieet in elk geval deel uitmaken, want die vruchten zijn rijk aan anthocyanen.

Quelle:
Cassidy AC et al. (2010): Habitual intake of flavonoid subclasses and incident hypertension in adults, American Journal of Clinical Nutrition.