Wet- en Regelgeving algemeen

Levensmiddelenwetgeving voor voedingsmiddelen wordt in toenemende mate Europees geregeld. De wetgeving is contant in beweging, meestal ingegeven door voortschrijdend wetenschappelijk inzicht. Op Europees niveau wordt de wetgeving uitgevaardigd via verordeningen of richtlijnen. Verordeningen zijn direct van toepassing in alle lidstaten. Nederland moet zich hier dan ook aan  houden en moet deze toepassen. Richtlijnen dienen door de lidstaten – dus ook door Nederland – geïmplementeerd te worden in nationale wetgeving. De warenwetbesluiten in Nederland zijn dan ook vaak een uitvloeisel van Europese richtlijnen.  Nederland kan en mag geen nationale levensmiddelenwetgeving instellen die strijdig is met Europese richtlijnen en verordeningen.

Hieronder volgt een globaal overzicht van de meest belangrijke wetgeving voor frisdranken, waters, sappen en siropen. De Nederlandse warenwetbesluiten zijn te raadplegen via www.wetten.overheid.nl.

Wetgeving ten aanzien van voeding en gezondheid

Algemene etiketteringsregels
De etikettering van levensmiddelen is in Europa grotendeels geharmoniseerd. De basis hiervoor vormt de Europese richtlijn 2000/13, deze wordt per 13 december 2014 ingetrokken. Richtlijn 2000/13 is in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd in:

  • het warenwetbesluit etikettering van levensmiddelen;
  • het hoeveelheidsaanduidingenbesluit;
  • het warenwetbesluit bereiding en behandeling van levensmiddelen.


Per 14 december 2014 dient de Europese etiketteringsverordening (Vo. 1169/2011) toegepast te worden. Deze is rechtstreeks van toepassing in alle lidstaten.

Claims
De wetgeving over voedings- en gezondheidsclaims is streng gereguleerd. Hierdoor is afgebakend wat fabrikanten wel en niet op de verpakking mogen zetten. In de Europese claimsverordening (Vo. 1924/2006) is bepaald welke claims met betrekking tot bepaalde gezondheidseffecten op de verpakking mogen staan. In verordening 1925/2006 staan de toegestane voedingsclaims vermeld. Deze verordening wordt gecomplementeerd met het Warenwetbesluit toevoeging micro-voedingstoffen. In dit warenwetbesluit staat ook welke en in welke hoeveelheid vitamines en mineralen mogen worden toegevoegd aan levensmiddelen.

Additieven
In de Europese additievenverordening (Vo. 1333/2008 in combinatie met Vo. 1129/2011) is bepaald welke additieven in welke levensmiddelen gebruikt mogen worden. Alle goedgekeurde additieven zijn uitgebreid onderzocht en veilig bevonden door de European Food Safety Authority (EFSA).

Zoetstoffen
De toegestane zoetstoffen en de wijze van gebruik is geregeld in de Europese Verordening 1131/2011 in combinatie met verordening 1129/2011. In Nederland is ook het Warenwetbesluit Gebruik van zoetstoffen in levensmiddelen van toepassing.

Aroma’s
De Europese aromaverordening (Vo. 1334/2008) stelt eisen aan het gebruik van aroma’s en voedselingrediënten met aromatiserende eigenschappen.

Wetgeving ten aanzien van kwaliteit en voedselveiligheid
De productie van frisdranken, waters, sappen en siropen is aan strenge kwaliteits- en voedselveiligheidswetgeving onderworpen.  Verordening is 178/2002 is de raamverordening die hiervoor de algemene beginselen van de levensmiddelenwetgeving weergeeft.  Kaderverordening 1935/2004 vormt de basis van de voedselcontactmateriaalwetgeving. Dit is de wetgeving die toeziet op materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen.

Ook de volgende wetgeving is van belang in het kader van de kwaliteit en voedselveiligheid van frisdranken, waters, sappen en siropen: